Met en zonder bodhisattva’s

Uit welke bouwstukken je zen samenstelt, is een keuze die afhankelijk van tijdgeest, school en leraar verschillend kan uitvallen. Het accent dat valt op het bodhisattva-ideaal van Mahayana kan mee-verschillen

Binnen zen reciteren we volgens eeuwenoude traditie met grote regelmaat de vier bodhisattva-geloftes:

“Hoe talloos de levende wezens ook zijn,
Ik beloof ze allen te bevrijden.

Hoe peilloos de oorzaak van lijden ook is,
Ik beloof haar geheel te verwijderen.

Hoe talloos de dharma’s ook zijn,
Ik beloof ze alle te verstaan.

Hoe eindeloos de boeddhaweg ook is,
Ik beloof hem ten einde te gaan.”

Wat we bij mijn weten nooit reciteren, is de grondtekst waarin de intentie van zen wordt uitgedrukt:

“Niet vertrouwend op woorden of letters,
Een onafhankelijke Zelf-transmissie los van enige lering;
Direct wijzend naar ’s mensen Geest, hen brengend tot het inzicht van hun Oorspronkelijke Natuur en tot realisatie van het boeddhaschap.”

Deze tekst wordt vaak toegeschreven aan Bodhidharma, de legendarische stichter van zen in China rond het jaar 600. Anderen menen dat deze van aanzienlijk latere datum is.

Belangrijke omissie
De vier bodhisattva-geloftes worden toegeschreven aan een andere legendarische figuur binnen zen: Huineng. Hij zou in China één van de opvolgers van Bodhidharma zijn geweest, een of twee eeuwen na hem.

Aan Huineng wordt de Platform Sutra toegeschreven, een tekst die begint met zijn levensverhaal en eindigt met instructies aan zijn leerlingen over de wijze waarop zen moet worden voortgezet. In de sutra vind je inderdaad de tekst van de vier geloftes, met één belangrijke omissie: het woordje ‘bodhisattva’ ontbreekt er in zijn geheel.

Als de ene tekst zo nadrukkelijk wordt opgezegd en de andere wordt weggelaten, dan kun je je afvragen: waarom? Wie in de geschiedenis van zen stuurt ons het pad van de bodhisattva’s op en wie laat na direct te wijzen naar ’s Mensen Oorspronkelijke Natuur als toegangsweg tot realisatie van het boeddhaschap?

Miraculeuze gaven
Bodhisattva’s heb je in twee soorten. Bodhisattva’s met een hoofdletter zijn figuren als Avalokiteshvara, Manjusri en Samantabhadra. Er zijn talloze van zulke ‘verlichte wezens’ die grote deugden uitbeelden en over miraculeuze gaven beschikken, zoals het vermogen zich door tijd en ruimte te bewegen en in welke gedaante dan ook te verschijnen.

De beroemdste binnen het Oost-Aziatische zen is zonder twijfel Avalokiteshvara (Guanyin), die geldt als de verpersoonlijking van compassie.

Bodhisattva’s met een hoofdletter, moeten wij geloven, zijn ooit, vele levens terug, begonnen als gewone mensen die uit spirituele inspiratie de vier geloften aflegden. Die mensen werden daarmee, en worden daarmee nog steeds, bodhisattva’s met een kleine letter, mensen die de boeddhaweg betreden.

Onvolkomen verlichting
Het verschil tussen de ene en de andere categorie is dat hoofdletter-bodhisattva’s in een opeenvolging van vele levens al zover zijn gekomen op het pad, dat zij op de drempel van het boeddhaschap staan. Hun geloftes worden niet gestuit door de keten van wedergeboortes, een belangrijk punt.

Maar getrouw aan de intentie van de geloftes stellen zij de laatste stap naar het boeddhaschap uit. Bodhisattva’s weten dat hun definitieve verlichting onvolkomen is zolang levende wezens, hoe talloos zij ook zijn, niet worden mee-bevrijd.

De geschiedenis van Mahayana is ondenkbaar zonder dit bodhisattva-ideaal en de alomtegenwoordige bodhisattva-devotie. Of toch niet?

Overtollige ballast
Het lijkt erop dat er binnen zen, een school die selectief meelift op Mahayana, leraren hebben bestaan die het accent anders legden. Linji, een Chinese zenmeester uit de negende eeuw was er zo een. In het Boeddhistisch Dagblad zien wij de feuilleton van aan hem toegeschreven teksten dagelijks voorbijschuiven.

In zijn leerredes had Linji vrijwel geen goed woord over voor bodhisattva’s. Hij hekelde het bodhisattva-ideaal als goedgelovige, overtallige ballast die zijn leerlingen van zichzelf moesten afwerpen. Denken in termen van boeddha’s en bodhisatva’s leidt maar af van waar het in zen wezenlijk om gaat.

Linji lijkt de zin uit de Hartsutra letterlijk te willen nemen: “Geen lijden, geen oorzaak, geen opheffing, geen weg; geen inzicht, geen bereiken en geen niet-bereiken”. Althans, dat is hoe zijn leerlingen hem naderhand tekenden om zijn school status en gezag te verlenen. Het verraderlijke van het recyclen van de Linji-legende is dat je erdoor van hem ook weer een geloofssymbool dreigt te gaan maken.

Theologisch debat
Bassui, een Japanse zenmeester uit de veertiende eeuw in de traditie van Linji, drukt zich in zijn leerredes voorzichtiger, evenwichtiger uit. Bodhisattva’s, argumenteert hij, vertegenwoordigen aspecten van boeddhanatuur. Sommige mensen hebben deze strohalm nodig als hulpmiddel, om te ontdekken dat ook een strohalm geen houvast biedt.

Hier zien we het spanningsveld in optima forma uitgelijnd: sommigen zullen op de zenweg in staat blijken het spoor van Bodhidharma’s grondtekst te volgen en zich in dit ene leven vrij te spelen van hun onwetendheid; anderen hebben hier langer dan één leven voor nodig.

Het bodhisattva-ideaal is in Tibet, diep in de moederschoot van Mahayana, ontwikkeld uit een fundamenteel, theologisch debat over twee vormen van religieuze verwerkelijking. Het is in de geschiedenis van Mahayana in omloop gekomen in de vorm van leerdichten en sutra’s die de weg van de bodhisattva uitleggen in zes, twaalf, tweeënvijftig of meer stappen.

Stijl van de leraar
Wat wij verder ook denken over betekenis en bruikbaarheid van de theologische vormgeving en literaire verbeelding, je moet ervoor uitkijken met het badwater het kind niet weg te spoelen. De beschrijving van meditatie in steeds dieper borende, trance-achtige mystiek, zou bij ons het bewustzijn kunnen doen opwekken dat er op dit vlak misschien meer te beleven valt dan kortdurende zitsessies.

Uit welke bouwstukken je zen samenstelt, is een keuze van mensen, die afhankelijk van tijdgeest, school en stijl van de leraar verschillend kan uitvallen. Het accent dat valt op het bodhisattva-ideaal van Mahayana kan mee-verschillen en verschuiven, binnen scholen en sangha’s, en zelfs binnen de levensloop van leraren en hun leerlingen.

Sociaal-politieke visie
Hisamatsu, een Japanse zenleraar en Linji-adept uit de twintigste eeuw, heeft mede met het oog op de Oost-West dialoog en de opkomst van het westerse boeddhisme, geprobeerd zen te hervormen en te moderniseren, zodat we niet telkens in de oude koeien van de traditie blijven steken. De vraag is niet of je de vormen van toen kunt nabootsen, maar of je de zengeschiedenis kunt overstijgen en een vorm kunt vinden die past bij de uitdagingen van onze tijd.

Wat hij aan de orde stelt, is de behoefte aan leiderschap en een toepassingsgerichte, sociaal-politieke visie op de rol van het boeddhisme in een tijd waarin heel de wereld van levende wezens kopje onder dreigt te gaan. De opvolger van Hisamatsu, afkomstig uit de Vietnamese zentraditie van Linji, heet Thich Nhat Hanh.

Namu Amida Butsu,

Taigu

Reageren

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit / Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit / Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit / Bijwerken )

Google+ photo

Je reageert onder je Google+ account. Log uit / Bijwerken )

Verbinden met %s