Berouw

Wat is eigenlijk juiste spraak wanneer je schrijft? Mijn geschrijf, ik weet het, trekt soms een wissel op het geduld van mijn sangha, op het incasseringsvermogen van mensen die ik direct of indirect op de korrel neem en op dat van mijn lezers

shinran
Shinran (1173-1263)

“Al het kwade karma, van oudsher door mij begaan,
Vanwege zijn beginloze begeerte, haat en onwetendheid,
Geboren uit mijn lichaam, mond en gedachten,
Nu toon ik voor dit alles mijn berouw.”

Geen woorden hebben de afgelopen jaren zo’n indruk op mij gemaakt als deze. Tezamen vormen ze het ‘Vers van berouw’ dat wij als zenboeddhisten uitspreken wanneer we ‘officieel’ toevlucht nemen tot Boeddha, Dharma en Sangha en onze lekengeloften op ons nemen (jukai).

Iedere dag heb ik eraan moeten denken, sinds ik na zes jaar dubben in 2013 toevlucht nam. En sommige dagen nog meer dan andere.

In gedachten lig ik helemaal plat op de grond en belijd ik mijn zonden; soms doe ik dit ook wel, plat op de grond liggen en mijn zonden belijden.
Geen diepe buigingen, staan, knielen, voorover, weer opstaan en zo driemaal.
Daarvoor ben ik te veel – letterlijk – ‘zenuwenlijder’ geworden; dat trekt mijn zieke lijf niet meer.

Wat is eigenlijk juiste spraak wanneer je schrijft? Mijn geschrijf, ik weet het, trekt soms een wissel op het geduld van mijn sangha, op het incasseringsvermogen van mensen die ik direct of indirect op de korrel neem en op dat van mijn lezers.
Geloof het, ik weeg mijn woorden, ik bewaak mijn spraak, ook al krijg ik geregeld het verwijt dat ik uit de heup schiet. Je kunt het niet iedereen naar de zin maken.
Is dit een reden niet meer te schrijven? Nee, dat ook weer niet. Maar toch: nu en iedere dag dat ik reflecteer op mijn geschrijf, voel ik voor dit alles berouw.

Ik ben niet altijd makkelijk voor mijn omgeving, nooit geweest eigenlijk. Mijn medewerkers vergeleken me wel met een grote bruine beer, aaibaar en beschermend voor wie dicht bij me in de buurt wist te komen, maar een gevaar voor wie me voor de voeten liep. Grenzen trekken en een gebied afbakenen waarbinnen mijn troep zich kon bewegen, dat was onderdeel van het spel. Grenzen trekken dwars door andermans territoir en dreigend en uitdagend op de uitkijk staan, was eveneens onderdeel van het spel. Kom maar op als je durft, ik maak gehakt van je. Nu voel ik voor dit alles berouw.

Ook onder de omstandigheden waarin ik ben komen te leven, ben ik niet makkelijk voor mijn omgeving. Altijd thuis, vaak zorgbehoevend, en nog aanmerkingen ook. Ja, ik help mijn dochters met hun huiswerk en pak de vaat in en uit, zolang ik er de energie voor heb en ik me halverwege niet duizelig ga voelen. Tussen het rusten door toon ik mijn gezicht, maar vrolijk is mijn uitdrukking niet altijd, zeker niet wanneer ik me zorgen maak over mijn tanende gezondheid of de bijwerkingen voel van weer een nieuw medicijn. Dan ben ik soms knorriger of meer in mijzelf gekeerd dan mijn gezinsleden verdienen. Nu voel ik voor dit alles berouw.

Hoezeer ik me ook oefen in een spiritueel leven, begeerte, haat en onwetendheid blijven geboren worden uit mijn lichaam, mond en gedachten.

Hoe zei Shinran het ook alweer?

“Ook al voert mijn boeddhaweg me naar het Reine Land, het is zwaar om te leven in een geest van waarachtigheid en oprechtheid. Mijn zelf is ‘fake’ en niet oprecht; het ontbreekt mij een en al aan een zuivere geest. Naar elkaar tonen we ons wijs, goed, toegewijd. Maar onze hezucht, woede, verdorvenheid en bedrog zijn zo groot dat we van begin tot einde vol zitten met boosaardige sluwheid.”

Ik heb vrij vertaald om het woordgebruik uit de dertiende eeuw in een voor ons herkenbaar jasje te steken.

Geïnspireerd door Shinran zing en mompel ik dagelijks mijn nembutsu’tjes als mindfulnessoefening. Zitten in zazen, thuis of hoogst zelden in de zendo in Amsterdam, is zitten in toevertrouwen en dankbaarheid. Zelftranscendentie is niets actiefs, niets zoekends; het is toelaten, je openstellen en laten gebeuren dat je wordt herboren in de anderkracht, steeds maar weer.

Shinran is volop Mahayana, maar ontdaan van het zelfhulpethos. Als het zelf zichzelf gaat helpen, dan bevind je je op een doodlopende weg met autosuggestie als enige, schijnbare ontsnappingsroute. Als loslaten geloven en toevertrouwen mag zijn, dan zijn Zen en Reine Land elkaars natuurlijke bondgenoten en zie ik niet in waarom de Hart Sutra niet ook het bevrijdingslied kan zijn van de inwoners van het Reine Land.

“Al het kwade karma, van oudsher door mij begaan,
Vanwege zijn beginloze begeerte, haat en onwetendheid,
Geboren uit mijn lichaam, mond en gedachten,
Nu toon ik voor dit alles mijn berouw.”

Het zenvers van berouw komt uit het diepst van mijn hart, steeds weer, mede omdat ik me er geen illusie over maak dat Shinrans mensbeeld ook een beschrijving is en blijft van de dynamische realiteit waarbinnen ik me bevind, zonder mogelijkheid tot ontsnappen.

Als personificatie is Amida Boeddha de onzijdige of juist de veelzijdige werkelijkheid van de boeddhanatuur waarbinnen de adem ademt en wij met iedere harteklop herboren en ‘ont-boren’ worden in ons oorspronkelijk gelaat.

Voor alles waar ik scheef zit, zat en zal zitten, toon ik mijn berouw. Dit is geen carte blanche, want met de geloften van de jukai en in de geest van Gautama en zijn nazaten, heb ik mij ook gebonden aan de boeddhistische uitgangspunten voor een ethisch leven.

Namu Amida Butsu.

Taigu


Er is een nieuwe website die het verzameld werk van Shinran op een toegankelijke manier ontsluit (in het Engels): http://www.shinranworks.com.

Reageren

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit / Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit / Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit / Bijwerken )

Google+ photo

Je reageert onder je Google+ account. Log uit / Bijwerken )

Verbinden met %s