Een kostbaar kleinood

Een inleiding in het boeddhisme kruist mijn weg. Het is de vrucht van een gelukkige pen

20140403-141547.jpgUit een van de zes werelden werd mij onlangs een klein geschenkje toegeworpen. Het stond klaar voor mij in de openbare bibliotheek, knus ingeklemd tussen de B van Boeddhisme voor Dummies en de B van Dietrich Bonhoeffer, een biografie van de protestantse theoloog die in april 1945 door de nazi’s werd vermoord. Zo ruim gesorteerd is de plaatselijke bibliotheek hier niet als het gaat om boeddhisme.

Het gaat om een boekje uit 2005, getiteld Een kleine inleiding in het boeddhisme, geschreven door Edel Maex, de Antwerpse psychiater en zenleraar die in de kolommen van het Boeddhistisch Dagblad een goede bekende is. Bij gebrek aan een breed, handzaam en toegankelijk overzichtswerk over boeddhisme, nam hij zelf het intiatief maar, schrijft hij. Het resultaat is een kostbaar kleinood, de vrucht van een gelukkige pen. Ook in 2014 vind ik dit nog relevant genoeg om het hier onder de aandacht te brengen.

Drie hoofdstromen
De auteur brengt de verschillende vormen van boeddhisme onder in drie hoofdstromen, het Indiase, het Chinese en het Tibetaanse boeddhisme. Ze worden gepresenteerd als de uitkomst van een proces van organische groei, als communicerende vaten die verschillende invalshoeken op de Dharma doen oplichten. In een wereld van accentverschillen en door elkaar heen lopende mythische en filosofische verhaallijnen, is er geen ruimte voor de vraag wie er nu gelijk heeft.

In geen Aziatische cultuur komt het woord boeddhisme of boeddhist voor, schrijft hij. Deze begrippen zijn het product van de westerse wetenschap die in de negentiende eeuw verschillende uitingen herleidde tot een gemeenschappelijke oorsprong. Ons westerse boeddhisme is als zodanig dan ook een nieuwe uitingsvorm, een nieuwe vertakking aan de dharmaboom, ook wanneer het zich oriënteert op oude tradities.

Bevrijdend perspectief
Maex ziet boeddhisme niet als een religie, maar als een benadering van het leven met een focus op het transformeren van lijden. Ook een katholiek kan bijvoorbeeld zenleraar zijn, schrijft hij.

Ik ben verbluft. Alles waarvoor ik, zoekend en tastend, twee jaar lang de woorden heb geprobeerd te vinden, lost zich op slag op in één bevrijdend perspectief. Hoeveel pennenstrijd in het Boeddhistisch Dagblad en elders zou je niet kunnen voorkomen wanneer je het flexibele model van Maex tot uitgangspunt neemt?

Anders dan Joseph Goldstein in One Dharma (2003) detecteer ik niets romantisch aan zijn benadering. Maex wil niet helen wat gebroken is omdat er om te beginnen niets gebroken is. Zijn perspectief is sober en nuchter, met beide benen op de grond en de voeten in de praktijk van de beoefening.

Voorwaardelijk ontstaan
Het boekje is in al zijn beknoptheid omvattend te noemen, op één belangrijk punt na. Ik mis het voorwaardelijk ontstaan, een cruciaal leerstuk dat teruggaat tot de tijd van het bronboeddhisme.

In veel westers boeddhisme is de leer over het samengestelde karakter van alle ervaring veranderd in het tegendeel van wat het oorspronkelijk was. Interzijn en interpenetratie zijn in de tegenwoordige tijd sleutelwoorden, ook bij de ‘latere’ Maex. Dit is de invloed van het Chinese boeddhisme. Bevrijding kun je in de wereld vinden, je ervan afkeren is bijna een vies woord geworden. Zeker Mahayanaboeddhisten hebben vaak de oude propaganda geabsorbeerd dat hun weg superieur is.

Voor mij was het leren begrijpen van voorwaardelijk ontstaan als de bron van lijden in de visie van het bronboeddhisme een moment van groot inzicht. Ik wieber nog altijd heen en weer tussen bron van lijden en bron van bevrijding. Is samsara samsara of is samsara nirvana? Ik oefen in en buiten meditatie graag met de methodiek van de Satipatthana sutra waarin je bij wijze van spreken aanleert de skandha’s af te pellen en je ervaring te ontleden in factoren.

Spanning
Ik vind voorwaardelijk ontstaan in de oorspronkelijke vorm iets wat ook in een inleiding in het boeddhisme een plaats zou kunnen hebben, ook al vinden sommigen het misschien moeilijk te begrijpen of moelijk te verteren. Het aangeven van de dynamiek en de spanning tussen de twee gezichtspunten zou best passen in het totaalbeeld van Maex, die tot mijn waardering uitspreekt dat boeddhistische meditatie zowel samadhi (kalmte) als vipassana (kijken) moet omvatten. Her en der kom je het misverstand wel tegen dat zenmeditatie zich tot het eerste beperkt. Maar, lieve vrienden, heus, ook vipassana hoort erbij, zoals Maex in het voetspoor van andere zenleraren aangeeft.

Dit is geen kritiek op de auteur. Zijn boekje is compleet en gaaf. Het is iets wat je zou kunnen toevoegen, maar dit is een keuze.

Je kunt Een kleine inleiding tot het boeddhisme (120 blz.) voor €12,95 kopen of het, zoals ik, lenen bij de bibliotheek. Persoonlijk vind ik dit kleinood het waard om tot de geest van alle boeddhisten en meelevenden door te dringen. Het is niet iets wat je per se op je boekenplank hoeft te houden. Als je het gelezen hebt, blijft de inhoud je bij. Ik heb een exemplaar besteld voor een vriend die een mindfulnessgroep leidt. Doorgeven is waar het boekje je als het ware toe uitnodigt. Is dat niet ook de kern van boeddhisme?

Reageren

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit / Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit / Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit / Bijwerken )

Google+ photo

Je reageert onder je Google+ account. Log uit / Bijwerken )

Verbinden met %s