In China mag je best boeddhist zijn

De Boeddha was een pragmatische humanist en het boeddhisme kan zijn maatschappelijke en beschavingsidealen het beste zeker stellen wanneer het zich beschermd weet onder de verlichte autocratie van een boeddhistische heerser. Gedachten bij het bezoek van de Dalai Lama aan president Obama

dalai_lama_obama_feb21_2014
Witte Huis, 21 februari 2014

De Volksrepubliek China is een land bomvol pluriformiteit en tegenstellingen. Ik ben er vaak geweest. Het is niet de totalitaire eenheidsworst die mensen zich er hier soms van voorstellen. Officieel spreekt iedereen in het land Chinees (Mandarijn). Maar als het ‘parlement’ bijeenkomt in de Grote Hal van het Volk, gelegen aan het Plein van de Hemelse Vrede, dan zijn er tolken nodig om te zorgen dat iedereen elkaar begrijpt.

Een land zo groot als China, met zulke verschillen in economische ontwikkeling tussen de regio’s, herbergt onder de paraplu van de communistische eenheidsstaat een baaierd aan koninkrijkjes die door lokale partijsecretarissen min of meer naar eigen inzicht worden gerund. Er zijn belangengroepen, politieke stromingen, staatsbedrijven en particuliere bedrijven, het Rode Leger, een bloeiende veiligheidsindustrie en wat dies meer zij, die ieder wat in de melk te brokkelen hebben en proberen het openbaar bestuur te beïnvloeden.

Economische groei
Als er iets is waar de partijtop van het land zich zorgen om maakt, dan is het de mogelijkheid dat China uiteenvalt. De legitimiteit van het partijbestuur berust onder meer op de vooruitgang, op een economische groei die én de nieuwe zelfbewuste burgers in de stedelijke gebieden tevreden stelt, én geleidelijk het lot verbetert van de mensen in achtergestelde provincies. De ene groep wil de best denkbaar medische behandeling naar internationale maatstaven in de ziekenhuizen van Beijing en Shanghai, en de andere groep wil een levensstandaard om een dokter te kunnen betalen en een rudimentair uitgerust medisch centrum in de buurt, in plaats van op een afstand van vier uur reizen.

En dan is er de onverzadigbare honger naar grondstoffen om de economische vooruitgang te voeden. Olie en metalen voor de industrie. Benzine voor hét statussymbool van de opkomende stedelijke elites, een eigen auto, en als je partner werkt, liefst twee. Het gaat er in dat opzicht precies zo aan toe zoals in de naoorlogse wederopbouw bij ons, toen deze uitmondde in het ‘Wirtschafswunder’ in Duitsland en de omringende landen: een autootje voor iedereen.

In dat China mag je trouwens best boeddhist zijn. Sterker nog, er zijn tientallen miljoenen mensen die in het China van 2014 in enigerlei vorm het boeddhisme aanhangen.

Je mag er bijvoorbeeld ook weer katholiek zijn tegenwoordig, al hebben Zijne Heiligheid de Paus en zijn Curie in Rome er grote problemen mee dat de Partij steeds vaker de Chinese bisschoppen benoemt. Katholiek in China is chinees-katholiek, niet rooms-katholiek, is de boodschap aan Vaticaanstad.

Collectief
Want de enige voorwaarde voor vrije religieuze belijdenis in China is dat je je onderwerpt aan het staatsgezag, lees: aan de (nominale) almacht van de Communistische Partij. In de oude cultuur én in de eigentijdse, officiële normen en waarden van het staatsgezag gaat het collectief immers voor het individu. We beluisteren in deze opvatting de eeuwenlange beschavende invloed van confucianisme, taoïsme en boeddhisme (waarin het individu immers niet bestaat), alsmede die van modernere stromingen, zoals het historisch materialisme, dat westerse wortels heeft en op gezag van Karl Marx en Friedrich Engels de arbeidersheilstaat op aarde preekt.

Dat China dus, met al zijn tegenstellingen, heeft zich in de jaren vijftig, in het voetspoor van de communistische machtsconsolidatie, ontfermd over het grondstoffenrijke Tibet, in de ogen van de veroveraars een regio van feodale overheersing en economische achterstand, geopolitiek en strategisch van een groot belang.

We kennen het verhaal. De jonge Dalai Lama en zijn gevolg vluchtten naar India en het Tibetaanse boeddhisme leeft sindsdien in de diaspora. Tibet wordt gelijkgeschakeld, ingelijfd, gemoderniseerd en ontsloten (voor China). Je kunt ook zeggen: het wordt etnisch gezuiverd en het verzet van boeddhistische kant wordt bruut vervolgd. De Chinese overheid begrijpt niets van verzet en autonomie op termen van de buitenwereld. Het is toch al een autonome regio, binnen de nieuwe grenzen die China heeft getrokken? Of je schikt je naar de Chinese heerschappij en je kunt je boeddhisme binnen die context belijden. Of je verzet je en je maakt je tot de schietschijf van de autoriteiten. Meer smaken zijn er niet.

Speelbal
En dan zie ik de Dalai Lama op een vrijdagochtend zitten bij president Obama. De felbegeerde foto wordt door de goed georganiseerde Tibetaanse PR-machine snel de wereld in gestuurd. Steun van Obama? Of de Dalai Lama als speelbal van twee imperialistische grootmachten, de Volksrepubliek China en de Verenigde Staten van Amerika, met elkaar verwikkeld in een taaie, gecompliceerde strijd om de economische en politieke wereldhegemonie?

Nee, Tibet is onderdeel van China, laat de Amerikaanse regering weten om de gemoederen bij de regering aan de andere kant enigszins tot bedaren te brengen. Wij steunen alleen de religieuze en culturele rechten van het Tibetaanse volk, zo licht president Obama zijn beweegredenen toe om de vreemde grootvorst in zijn gekleurde habijt in het Witte Huis te ontvangen. Het is machtspolitiek van de bovenste plank, verpakt in een mensenrechtenboodschap. De opponent in de touwen gedrukt houden, volgens goed internationaal diplomatiek gebruik. En de opponent maakt zich daar boos, erg boos, over.

Persoonlijk vind ik het diep triest aan welke onderdrukking de Tibetanen in China blootstaan. Maar ik heb aarzelingen over de Dalai Lama en zijn gevolg. Tibet was er onder eigen heerschappij aan toe zoals de pauselijke bezittingen vóór de eenwording van de Italiaanse republiek in de negentiende eeuw, misschien nog wel erger. Ik heb respect voor de Dalai Lama als boeddhist, maar ik verdenk hem van een gespleten tong, die met autonomie van Tibet ook bedoelt herstel van de verhoudingen van eertijds in zijn land. Of iemand die in dit opzicht balanceert op het slappe koord. Iemand ook die in het Westen de dialoog aangaat met de wetenschap en zijn volgelingen oproept kennis te nemen van inzichten hier, en ondertussen een ragfijn spel speelt met een aartsconservatieve achterban ‘thuis’, die zijn gezag maar zeer ten dele erkent en niets moet hebben van dat moderne gedoe.

De enige hoop van de Tibetaanse beweging is dat de Chinese Communistische Partij in haar eigen corruptie ten onder gaat en haar ijzeren greep op de macht verliest, zodat het land in stukken breekt en Tibet in zijn oude glorie kan herrijzen. Maar of dit realistisch is?

Humanist
Wat allemaal niet wegneemt dat het zin heeft druk te blijven uitoefenen op de Chinese autoriteiten om de mensenrechten in Tibet te respecteren. Hoe je het ook wendt of keert, actievoeren en stille diplomatie voor de mensenrechten blijven instrumenten van waarde in de internationale betrekkingen, omdat het een onderwerp op de agenda houdt. Maar is actievoeren niet des te geloofwaardiger naarmate je niet beticht kunt worden van een eigen politieke agenda? Waarom meldt, of all people, de premier van de Tibetaanse regering in ballingschap zich meteen in de publieke opinie om te zeggen hoe fijn de steun van de Amerikaanse president is voor Tibetanen in en buiten Tibet? (Zie het verslag in het Boeddhistisch Dagblad.)

Bijna een jaar geleden schreef ik het artikel ‘Een boeddhistische maatschappijvisie?’ Heeft het boeddhisme eigenlijk zo’n visie, vroeg ik me af. Het bleef oorverdovend stil totdat deze week een lezer mij aanraadde het boek The Buddha. The Social Revolutionary Potential of Buddhism (1973) te lezen, geschreven door de Britse professor Trevor Ling.

Ik word er niet vrolijker van. De Boeddha was een pragmatische humanist en het boeddhisme kan zijn maatschappelijke en beschavingsidealen het beste zeker stellen wanneer het zich beschermd weet onder de verlichte autocratie van een boeddhistische heerser, zegt Ling. Als rolmodel geldt Asoka, de boeddhistische keizer die in de derde eeuw voor Christus een groot deel van India onder zijn invloed wist te brengen. En ja, natuurlijk moest Asoka af en toe oppositionele krachten onderdrukken, wanneer die te jaloers werden op de macht van de boeddhisten. Dat was nodig om de sociale harmonie te bewaren.

Status quo
Het boeddhisme was inderdaad bedoeld als humanisme, zegt Ling, en niet als religie. Dat laatste is ervan gemaakt toen de devotionele krachten die in India rijkelijk aanwezig waren, met het opkomen van Mahayana vat kregen op het boeddhisme. Ling’s schematische, ideologisch enigszins vooringenomen voorstelling van zaken zou de toets der historische kritiek anno nu niet kunnen doorstaan. Al blijft de gedachte naklinken: boeddhisme is humanisme.

Is het echter in de geschiedenis niet vaak zo gegaan dat boeddhisten van vele verschillende stromingen de gunst probeerden te verwerven van de wereldlijke heersers? Is boeddhisme niet een religie die de status quo legitimeert en verder zijn eigen gang gaat, tot het persoonlijke heil van zijn volgelingen? Is het zo in de praktijk niet vaak gegaan?

Ik weet niet wat er ondertussen aan vormen van boeddhistische maatschappelijke zorg zijn ontstaan. Wij staan hier te ver af van de Aziatische samenlevingen om zonder nader onderzoek ter plaatse uitspraken te kunnen doen over theorie en praktijk van boeddhistisch-sociaal denken door de eeuwen heen, terwijl de invloed van christelijk-sociaal denken voor ons wel waarneembaar is. Dit vertekent mogelijk het perspectief.

De vraag die ik echter opwierp in mijn artikel uit maart vorig jaar, is welke maatschappijvisie het westerse boeddhisme in de tegenwoordige tijd al dan niet huldigt. In boeddhistisch Nederland zie ik niet veel meer dan een voorzichtige poging tot samenklontering in een zuiltje, met de BUN en de BOS. En wat fragmentarisch sociaal activisme. De vraag naar een maatschappijvisie is hiermee echter niet opgelost. Een mooi onderwerp voor een boeddhistisch congres?

En de Dalai Lama? Is dat de Asoka van de twintigste eeuw, een boeddhistische vorst met humanistische waarden die het goed voorheeft met zijn volk, maar die helaas verdreven is toen een wrede, naburige overheerser zijn territorium uitbreidde? Alweer: ik weet het niet. De Tibetaanse beweging zit naar mijn gevoel verstrikt in een gordiaanse knoop van belangen en verhaallijnen.

Hoe verhoudt het heilige geloof in het thuisland Tibet bij zoveel westerse activisten door de wereld heen zich eigenlijk tot de boeddhistische leer van de vergankelijkheid? Ik moet oppassen. Als je er maar iets kritisch over zegt, dan lok je algauw een koor van verontwaardigde boeddhistische stemmen uit dat je beschuldigt van gebrek aan kennis van zaken. Voordat je het weet, raak je zelf verstrikt in de verhaallijn van een onoplosbaar probleem. Ben ik even blij dat voor mij niet-weten ook een boeddhistische optie is.


Het genoemde boek van Trevor Ling kun je hier gratis als pdf-bestand downloaden