Hoe lang voordat je boeddha wordt?

Als je wedergeboorte en karma tot de hocus pocus rekent van voorbije tijden en culturen, besef je dan wel dat hiermee de bodem ontvalt aan wat de Dharma tot de Dharma maakt en boeddhisme tot boeddhisme?

Iedere religie rust op een soort psychologie die, hoe onsamenhangend ogenschijnlijk ook op detailniveau, van een afstand bezien een zekere innerlijke logica vertegenwoordigt.

In de innerlijke logica van het boeddhisme is voor de cyclus van wedergeboorten een spilfunctie weggelegd.

Soms vind ik het niet zo bemoedigend dat vijfentwintighonderd jaar boeddhisme zegge en schrijve één iemand heeft opgeleverd die in dit opzicht de eindstreep heeft weten te passeren.

Eén iemand die het gelukt is dat te realiseren waar het alle boeddhisten in laatste instantie om te doen is, zich te bevrijden uit de cyclus van wedergeboorten.

De Boeddha. Met of zonder lidwoord, iedereen weet over wie je het hebt. Siddharta Gautama.

Duizenden levens
In iedereen, in ieder levend wezen, in iedere cel van een levend wezen, zelfs in één enkele zandkorrel kom je het hele universum in heden, verleden en toekomst tegen. Dus daarmee ook de Boeddha.

Hoe lang duurt het voordat je zelf boeddha wordt? Ben je automatisch boeddha wanneer je ‘verlicht’ raakt?

Tja. Goede vragen.

De Boeddha zelf herinnerde zich vele duizenden levens. Wat ik soms een beetje vreemd vind, omdat dit op mij overkomt alsof het op gespannen voet staat met de leer van het niet-zelf (anatman).

Als je dood gaat, is het niet ‘jouw’ wedergeboorte. Met het ontbinden van je lichaam vervalt ook je persoonlijkheid. De karmische energie die met je aardse verschijning verbonden was, verbindt zich met een andere vorm van leven, menselijk, dierlijk, spiritueel of anderszins.

Maar goed, wanneer je zo ver op het pad van het boeddhaschap gevorderd bent als Siddharta Gautama was, dan ontwikkel je, naar het schijnt, bijzondere spirituele vermogens die je in staat stellen om meer in je geest op te roepen dan gewone stervelingen lukt. Dus we nemen het van de Boeddha maar op zijn woord (in de Pali Canon) aan.

Uitstellen
Vele duizenden levens. De deskundigen die zich sinds de scholen van het vroege boeddhisme hebben gebogen over het pad naar het boeddhaschap, zijn het ondanks de verschillende interpretaties over één ding eens: de weg is lang, voor verreweg de meeste mensen langer dan één leven.

Er worden getallen genoemd van verschillende kalpa’s en dan spreken we in het boeddhisme algauw over miljoenen jaren. Tenzij je nu, in dit ene leven, precies op het punt bent aanbeland dat je laatste restje karma uitdooft en je de ultieme bevrijding (nirvana) ingaat.

Sommigen menen dat dit laatste geldt voor zogeheten arhats (verlichte monniken). Hierover bestaat evenwel geen overeenstemming. Als je al in dit leven tot bevrijding uit de cyclus van wedergeboorten zou kunnen komen, dan ligt de meetlat voor de meeste gewone mensen waarschijnlijk te hoog.

Zelf vind ik binnen de mahayana-traditie, mijn geestelijk tehuis, troost bij de gedachte dat er vele boeddha’s-in-wording zijn die de laatste stap naar het boeddhaschap nog even uitstellen om andere levende wezens een handje te helpen op het pad naar hun bevrijding.

Bodhisattva’s heten zulke boeddha’s-in-wording. Ze leven tussen ons in, in een menselijke of een spirituele gedaante. Ze hoeven niet eens boeddhist te zijn; dat is het mooie.

Zes stadia

Sheng-yen (1930-2009)

In de mahayana-traditie loopt het pad naar het boeddhaschap via het bodhisattvaschap. Ook hier zijn er interpretatieverschillen tussen scholen. Zenmeester Sheng-yen, overleden in 2009, volgt een veel gebruikte indeling uit het Chinese boeddhisme.*

Hij onderscheidt zes stadia van mens-zijn (als mens lijken de kansen om je in de richting van bevrijding te bewegen toch het grootst). Om te beginnen heb je mensen die niet van de Dharma hebben gehoord, maar wel het vermogen tot het boeddhaschap in zich dragen (boeddhanatuur). Dit geldt voor ieder levend wezen.

Je hebt mensen die de Dharma hebben gehoord en begrijpen maar er niets mee doen (stadium 2). En je hebt mensen die op grond van de Dharma in actie komen en bijvoorbeeld sutra’s gaan bestuderen of mediteren (stadium 3).

Gevorderde beoefening en zuivering van de zes zintuiglijke vermogens behoren tot de kwalificaties voor stadium 4. Vanaf hier begin je door te dringen tot de binnenring van het boeddhisme.

Stadium 5 is de eigenlijke bodhisattvaweg. Hier zijn er nog veertig verschillende deelstappen te realiseren, waaronder het ontwikkelen van het soort bijzondere spirituele vermogens dat we eerder al bij de Boeddha himself tegenkwamen. Op de laatste van de veertig treden beschik je over de mogelijkheid je wedergeboorteproces te beïnvloeden. Beheers je dit stadium in zijn geheel, dan beschik je over wat heet: ‘gelijkwaardige verlichting’.

Gelijkwaardige verlichting is echter nog niet de onovertroffen, opperste verlichting van stadium 6, de verlichting van een ware boeddha, zoals de historische Boeddha (en de boeddha’s die er, volgens zijn opgave, vóór hem hebben bestaan).

Ware aard
Sheng-yen laat deze opsomming vergezeld gaan van een waarschuwing aan het adres van zenboeddhisten (een school binnen de mahayana-traditie). Deze dreigen volgens hem hun ‘verlichting’ wel eens te verwarren met die van de stadia 5 of 6.

Zulke mensen rekenen zich naar zijn oordeel veel te makkelijk een vordering op het pad toe terwijl zij bescheiden horen te zijn over de beperkte strekking van hun kleinere en grotere inzichtservaringen. De bevrijding die Zen kent van het ontwaken in je ‘ware aard’ is, helaas pindakaas, niet de ultieme bevrijding die de Boeddha ten deel viel.

Dus nee, wanneer je ‘verlicht’ raakt, ben je niet automatisch een boeddha.

Hocus pocus
Wedergeboorte, karma, een ontwikkelingsweg die zich niet tot dit ene mensenleven beperkt: dit gaat er bij westerse boeddhisten niet altijd makkelijk in.

Sheng-yen, die de Chinese zentraditie (ch’an) naar de Verenigde Staten en Europa bracht, kende zijn pappenheimers. Zen is geen zelfhulp van grote stappen, snel thuis. Het is verankerd in een boeddhistische context die zijn eigen innerlijke logica kent.

De theravada-traditie, de oudste nog bestaande stroming binnen het boeddhisme, denkt anders over bodhisattva’s dan de mahayana-traditie, maar beide aanvaarden in wedergeboorte en karma van oudsher dezelfde uitgangspunten.**

Als je wedergeboorte en karma tot de hocus pocus rekent van voorbije tijden en culturen, besef je dan wel dat hiermee de bodem ontvalt aan wat de Dharma tot de Dharma maakt en boeddhisme tot boeddhisme?

Dat ik dit nog ooit zou schrijven.

Feit is dat de onduidelijkheid die in het westerse boeddhisme over deze materie heerst, ruimte laat voor wensdenken, terwijl de implicaties voor beoefening, ethiek en maatschappelijk handelen levensgroot zijn.


* De indeling van de boeddhaweg vind je in Sheng-yen’s boek Orthodox Chinese Buddhism (2007), blz. 101. Deze gaat terug op de boeddhistische scholen van Tientai en Huayen in de zesde en zevende eeuw na Chr.
** Zie het hoofdstuk ‘Two Main Schools of Buddhism’ in het boek What Buddhists Believe (2002) door de Sri Lankese theravadamonnik K. Sri Dhammanada, blz. 94-95.