Bergrede voor boeddhisten

Na zijn beproeving door Mara in de woestijn ging de Boeddha een berg op, gevolgd door een grote menigte. “Gelukkig die arm van geest zijn, want hun behoort het Reine Land,” onderwees hij zijn leerlingen

bergrede_carl_bloch
Carl Bloch, Bergrede

In de nabijheid van de boeddhistische stoepa in Hantum (Friesland) vond een buurtbewoner enkele bladzijden in een half vergaan schriftje, deels beschreven in een onleesbaar, vermoedelijk Tibetaans, handschrift, deels in het Nederlands.

Na de nodige naspeuringen op het internet benaderde de vinder de auteur van deze blog en stuurde hem het schriftje op. Mogelijk gaat het om studiemateriaal dat is gebruikt door iemand die een tijdje als leerling heeft verbleven bij de stoepabewoners. Het schriftje draagt geen naam of datum.

Hieronder worden twee fragmenten uit het schriftje weergegeven. Verder is alles onleesbaar of vergaan. Uit vergelijking van de handgeschreven tekst met de Bijbel is het de auteur gebleken dat de fragmenten gebaseerd zijn op het Evangelie volgens Matteüs, hoofdstuk 4 en 5.

Deze hoofdstukken betreffen de beproeving van Jezus door de duivel in de woestijn en de beroemde Bergrede. Degene van wie het handschrift afkomstig is, heeft kennelijk (en niet voor de eerste keer) een vergelijking willen maken tussen de leringen van de Boeddha en het evangelie door slechts enkele woorden uit de bijbeltekst te vervangen door de taal van de Dharma en andere kleine aanpassingen.

Door Mara op de proef gesteld (eerste fragment)

[1] De Boeddha werd naar de woestijn gebracht om door Mara op de proef gesteld te worden. [2] Na veertig dagen en veertig nachten vasten kreeg hij tenslotte honger. [3] De beproever kwam naar hem toe en zei: “Als jij de Weg vertegenwoordigt, zeg dan dat deze stenen brood worden.” [4] Hij antwoordde: “De mens zal niet leven van brood alleen, maar van ieder woord dat uit de Dharma komt.” [5] Toen nam Mara hem mee naar een heilige stad, zette hem op de rand van de tempel, [6] en zei: “Als jij de Weg vertegenwoordigt, spring dan naar beneden.” [7] De Verhevene zei hem: “Men zal de Dharma niet op de proef stellen.” [8] Weer nam Mara hem mee, nu naar een zeer hoge berg. Hij liet hem alle koninkrijken van de wereld zien met al hun pracht, [9] en zei: “Dit alles zal ik jou geven, als je voor mij in aanbidding neervalt.” [10] Toen zei de Verhevene hem: “Ga weg, Mara. Alleen de Dharma zal men vereren en onderhouden.” [11] Toen liet Mara hem met rust, en er kwamen bodhisattva’s om hem van dienst te zijn.

Bergrede (tweede fragment)

[1] Een grote menigte volgde de Verhevene toen hij ronddtrok om over de Dharma onderricht te geven. Bij het zien van deze menigte ging hij een berg op, en toen hij was gaan zitten, kwamen zijn leerlingen bij hem. [2] Hij nam het woord en onderrichtte hen met deze toespraak: [3] “Gelukkig die arm van geest zijn, want hun behoort het Reine Land. [4] Gelukkig die verdriet hebben, want zij zullen getroost worden. [5] Gelukkig die zachtmoedig zijn, want zij zullen het land erven. [6] Gelukkig die hongeren en dorsten naar de gerechtigheid, want zij zullen verzadigd worden. [7] Gelukkig die barmhartig zijn, want zij zullen barmhartigheid ondervinden. [8] Gelukkig die zuiver van hart zijn, want zij zullen de Weg zien. [9] Gelukkig die vrede brengen, want zij zullen kinderen van de Weg genoemd worden. [10] Gelukkig die vervolgd worden vanwege de gerechtigheid, want hun behoort het Reine Land. [11] Gelukkig zijn jullie, als ze jullie uitschelden en vervolgen en je van allerlei kwaad betichten vanwege mij. [12] Wees blij en juich, want bij jullie wedergeboorte wacht jullie een rijke beloning. Zo hebben ze immers de leerlingen van vorige boeddha’s vervolgd. [13] Jullie zijn het zout van de aarde. Maar als het zout krachteloos wordt, waar moet je het dan mee zouten? Het deugt alleen nog maar om weggegooid en door de mensen vertrapt te worden. [14] Jullie zijn het licht van de wereld. Een stad kan niet verborgen blijven als ze boven op een berg ligt. [15] Je steekt een lamp niet aan om haar onder de korenmaat te zetten, maar je zet haar op de kandelaar, en dan schijnt ze voor allen in huis. [16] Laat zo jullie licht schijnen voor de mensen, opdat ze jullie goede werken zien en de Weg verheerlijken.”


Klik op de links voor de oorspronkelijke tekst van het eerste fragment en die van het tweede fragment (Willibrordvertaling 1995). De nummering van de verzen in de bijbeltekst, die ook in het schriftje te vinden is, wordt hierboven gehandhaafd.

Reageren

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit / Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit / Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit / Bijwerken )

Google+ photo

Je reageert onder je Google+ account. Log uit / Bijwerken )

Verbinden met %s