Agnostisch zitten

Durven wij het Dogen nog na te zeggen en zen de authentieke toegangspoort te noemen?

In het Boeddhistisch Dagblad stond onlangs (12 augustus jl.) een interessent artikel van de Belgische psychiater en zenbeoefenaar Edel Maex over Zen versus Tendai-boeddhisme in het Japan van Ehei Dogen en daarna.

Deze vakantie had ik Dogens Shobogenzo mee als lectuur.

Als ik Maex lees dan moet ik denken aan de jonge Dogen die worstelde met de vraag waarom beoefening nodig is wanneer een ieder al boeddha-natuur belichaamt, zoals hij of zij nu is.

Tendai beantwoordt die vraag anders dan hij. Het biedt een alternatief aan voor wie de zenweg te omslachtig vindt: omdat een ieder al boeddha-natuur belichaamt zoals hij of zij nu is, volstaat het hiernaar te leven en je geloof te belijden in de genade van de Boeddha.

Maex laat zien dat de posities ondanks het ogenschijnlijke verschil dicht bij elkaar liggen. Zen en Tendai hebben elkaar onderling beïnvloed en elementen van elkaar overgenomen.

Persoonlijk ben ik meer van ervaren dan van geloven: zitten en de wereld van de fenomenen zich in hun zo-heid zien oplossen. Bodhisattva’s als reëel bestaande wezens en Tendai-visioenen van het ‘reine land’ laat ik graag het domein van anderen. Wat dat aangaat sta ik dichter bij het agnostische zitten dat Stephen Batchelor in zijn boek Buddhism without Beliefs propageert.

Juist in het vermogen alles te ontmythologiseren (inclusief zichzelf) als middel om tot directe ervaring te geraken, openbaart zen mijns inziens zijn kracht.

Maar er is één belangrijk verschilpunt tussen Batchelor en mij: waar bij hem in zijn leven noch het tibetaanse boeddhisme, noch zen een klik oplevert, is voor mij de taal en de methode van zen in de tegenwoordige tijd wel verstaanbaar en toepasbaar.

Met zijn artikel lijkt Maex te willen zeggen dat de uitdagingen van eeuwen her ook die van nu zijn.

Wat je er ook van maakt, zen is een school tussen andere. Dus durven wij Dogen nog na te zeggen en zen de authentieke toegangspoort te noemen, zoals hij in de Shobogenzo doet? Is deze positie houdbaar nu zich in het westerse boeddhisme een situatie voordoet waarin verschillende stromingen elkaar intensiever dan ooit ontmoeten en met elkaar verwikkeld zijn in een proces van kruisbestuiving?

Dit moge zo zijn, maar is boeddhisme dan een grote supermarkt met voor elk temperament een eigen smaak?

‘One Dharma’, zegt Joseph Goldstein in zijn gelijknamige boek. Verwijzen alle boeddhistische stromingen in de praktijk echter wel naar een gemeenschappelijke kern? Of is dit een te smalle basis, een construct gebaseerd op een hoopvolle wensdroom?

En hoe verhoudt binnen zen anno nu ervaren zich tot geloven?

Die Maex. Hij zet je wel aan het denken. En mij niet alleen, getuige de polemiek die zijn artikel in het Boeddhistisch Dagblad heeft losgemaakt.

Ook een van de scribenten die reageren verwijst naar een gemeenschappelijke kern: bevrijding vinden in wijsheid en groot mededogen. De manier waarop, dat zijn variaties op een thema. Dat geldt ook voor mijn manier.

Dus doet al dat vragen van mij er eigenlijk wel toe?

Snel maar weer zitten.

3 gedachten over “Agnostisch zitten”

  1. Ik weet niet precies waar Dogen het zegt in de Shobogenzo (ik lees zelf de engelstalige uitgave van Shambhala Publications en vermeld bij citaten graag paginanr, etc.), maar het is denk ik belangrijk om in ogenschouw te houden dat Dogen vanuit een verlicht standpunt schrijft. Als hij zegt dat zen de authentieke toegangspoort is dan bedoelt hij daar iets mee dat verder gaat dan de interpretatie dat “de rest” (die blijkbaar bestaat) per definitie niet deugt, of dat jij de rest moet afkeuren.
    Zo zegr hij ook ergens dat mensen die borsteltjes met paardenhaar (ipv een wilgentakje) gebruiken om hun tanden mee te poetsen “outsiders of the Way” zijn. Hij heeft natuurlijk groot gelijk. Net zoals groene bergen wandelen. Het is de kunst uit te vinden waarom hij gelijk heeft. Daar herinnert hij je ook keer op keer aan: study it, study it, study it.

  2. De passage vind je in ‘Bendowa’, eerste hoofdstuk van de Shobogenzo. ‘Master Dogen’s Shobogenzo’, Book 1, Translated by Gudo Nishijima & Chodo Cross, oorspronkelijke uitgave 1994, herdruk 2006 (ISBN 1-4196-3820-3), blz. 6: “Some stupid person might doubtingly ask: ‘There are many gates to the Buddha-Dharma. Why do you solely recommend sitting in Za-Zen?’ I say: ‘Because it is the authentic gate to the Buddha-Dharma.'” Vervolgens zegt Dogen dat Za-Zen sinds de transmissie door Sakyamuni Buddha de authentieke traditie is en zet hij zich af tegen het lezen van sutra’s en het reciteren van de namen van boeddha’s. In de vertaling van Hubert Nearman (Shasta Abbey Press 2007, blz. 6-7) is de contekst dezelfde: Dogen preekt Zen als enig ware weg in onderscheid van de methodes van andere boeddhistische scholen. Dit is de historische dimensie. Het artikel van Edel Maex in het Boeddhistisch Dagblad heeft echter ook een actuele dimensie. Daarom stel ik de vraag of wij anno nu Dogen nog durven na te zeggen dat zen de authentieke toegangspoort is in onderscheid van de methodes van andere tegenwoordige boeddhistische scholen.

Reageren

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit / Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit / Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit / Bijwerken )

Google+ photo

Je reageert onder je Google+ account. Log uit / Bijwerken )

Verbinden met %s